“Ik voel me goed, ik kom altijd graag naar de Allianz Memorial Van Damme”, aldus een ontspannen Duplantis. “En dat Brussel dit jaar opnieuw de finale van de Wanda Diamond League is, maakt het extra bijzonder. Ik ben enorm gebrand op een nieuw Diamond League-succes, maar ik besef dat ik het morgen niet zomaar cadeau zal krijgen.”
“De voorbije weken heb ik een paar intense duels uitgevochten met Manolo (Karalis)”, aldus Duplantis, die daarmee onder andere naar twee recente Zwitserse meetings verwijst. In Lausanne haalde de Zweed het met 6m21 (versus 6m16 voor Karalis) en in Zürich met 6m25 (versus 6m20 voor Karalis). “Ik denk dat er morgen minstens een meetingrecord zal nodigen zijn om te winnen”, voorspelt Duplantis, die met 6m11 (uit 2024) het Brusselse meetingrecord in handen heeft.
“Zonder oneerbiedig te willen klinken voor mijn opponenten: het is al een tijdje geleden dat ik nog tegenstand van dat kaliber gehad heb. Dat is een nieuw gevoel waarmee ik moet leren omgaan. Voor het publiek is het leuk. Ze willen mij niet enkel records zien springen, ze willen ook dat ik gepusht wordt door andere atleten. En dat is prima. I’m having a really good time with it.”
Wat als Manolo Karalis of iemand anders vroeg of laat zijn wereldrecord, dat nu op 6m31 staat, breekt? “Dat zal een vreemd gevoel zijn”, bekent Duplantis. “Maar het gevoel dat ik niet meer de laatste man in competitie zou zijn, zou dat nog meer zijn. Ach, al die records. Die zijn vergankelijk in de sport. Het draait om wedstrijden winnen. Medailles zijn voor altijd”, weet Duplantis.